De leeuw (Panthera leo) is een groot roofdier uit de familie der katachtigen (Felidae). Van alle katachtigen is enkel de tijger groter. De grootte en de manen van het mannetje geven het dier een imposant uiterlijk, waardoor de leeuw in grote delen van de wereld bekend staat als de koning der dieren. In Europa heeft hij deze rol overigens pas in de loop van de Middeleeuwen overgenomen van de bruine beer.
De leeuw is vaak onderwerp van folklore en symboliek geweest. Zo staat de leeuw afgebeeld in de wapens van verscheidene landen, streken en steden, waaronder Nederland en Belgiƫ. De leeuw in het wapen van Nederland is een afbeelding van de Kaapse leeuw, een uitgestorven ondersoort van de leeuw. Een opgezet exemplaar van deze opmerkelijk slanke leeuwensoort wordt bewaard in de schatkamer van het Leidse museum Naturalis.
De leeuw komt nog in bepaalde delen van Afrika voor en in een klein stukje van India, maar vroeger was hij ook algemeen in het Midden-Oosten en in Zuidoost-Europa. Hoewel het mannetje er met zijn manen heel indrukwekkend uitziet doen de vrouwtjes het meeste werk bij de jacht. Leeuwen leven in groepsverband (de enige katachtige die voornamelijk in sociale groepen leeft) en leeuwinnen gaan in de regel samen op jacht.
In Afrika is de leeuw het grootste roofdier, na de tijger de grootste onder de katachtigen; schouderhoogte 75-112 cm, lichaamslengte tot 2 m, staart tot iets meer dan 1 m, gewicht tot 200 kg (mannetjes zijn groter en zwaarder dan vrouwtjes). De kortharige pels is geelbruin; manen en staartkwast zijn veel donkerder. In de staartkwast zit een merkwaardige hoornachtige stekel verborgen, waarvan de functie onbekend is.
De grootte van de dieren varieert over het enorme verspreidingsgebied, dat zich oorspronkelijk uitstrekte over geheel Afrika (met uitzondering van de woudzone en de meest extreme woestijnen), Zuidoost-Europa (o.a. Griekenland, alwaar de soort nog in de 4de eeuw voorkwam) en Zuidwest-Aziƫ (o.a. vermeld in het Oude Testament, zie bijbel) tot in Noord-India. Tegenwoordig is dat ingekrompen tot het Girwoud in Noordwest-India en Afrika bezuiden de Sahara; in Afrika is de verspreiding nu nogal verbrokkeld geworden en vrijwel beperkt tot reservaten - een dergelijk groot roofdier kan daarbuiten eigenlijk niet geduld worden. In het zuiden (Kaapse leeuw) en noorden (Barbarijse leeuw) van Afrika is de soort uitgeroeid; in bepaalde dierentuinexemplaren zit nog veel bloed van Barbarijse leeuwen.